24 Januari 2015

We gaan vandaag naar het Nationaal Park Erawan om de gelijknamige waterval te bewonderen. Het park ligt 75 kilometer ten Noordwesten van Kachanaburi. Er zijn heel veel Nationale Parken in deze omgeving. We hebben er twee uitgekozen voor vandaag. We ontbijten in het hotel en gaan vroeg op pad. Het is zaterdag, met name in de weekenden schijnt het druk te zijn met de lokale bevolking en uiteraard met bussen die toeristen brengen vanuit allerlei steden in de omgeving.

Rond 10.00 uur arriveren we bij de waterval. De waterval is genoemd naar Erawan: de driekoppige witte olifant uit de Hindoeïstische mythologie. De route er naartoe was erg fraai. Een groot deel zijn we langs de rand van het bergachtige Nationaal Park zelf gereden. We betalen 50B entree p.p. en starten onze wandeling. Al snel spotten we espresso en een soort vlonder, die door de lokale bevolking wordt gebruikt om te picknicken, waar wij onze espresso op ons gemak op kunnen drinken. Het is al aardig druk, drukker dan we hadden verwacht maar niet storend. Gelukkig staat deze waterval niet droog!! Via paden en een aantal trappen bekijken we de verschillende niveaus van de waterval. In totaal bestaat de waterval uit 7 niveaus. Op een aantal niveaus kan gezwommen worden, waar ruim gebruik van gemaakt wordt. Het zwemmen is niet zonder gevaar omdat het glad is, uitkijken dus. De waterval en de omgeving is echt heel erg mooi, zeer zeker de moeite van een bezoek waard.

 

We vervolgen onze route, de volgende stop is Hellfire Pass Memorial. Dit is verder rijden dan we aanvankelijk verwacht hadden. Met name doordat een nieuwe weg richting Nationaal Park Si Nakharin afgesloten is. We moesten dus behoorlijk omrijden om ons doel te bereiken.

Zoals gisteren beschreven was het doel van de Japanners om het spoor tussen Thailand en Birma zo snel mogelijk af te krijgen om een extra bevoorradingsroute te creëren. Het onherbergzame gebied en het feit dat er niet of nauwelijks machines voorhanden waren, maakte het werk voor de krijgsgevangenen en dwangarbeiders erg moeilijk. Het deel waar we vandaag over heen hebben gewandeld werd door de gevangenen ‘Hellfire Pass’ genoemd. Door de erbarmelijke omstandigheden waaronder zij de dwangarbeid moesten verrichten en de snelheid waarmee het afgemaakt moest worden. In shifts van 500 mensen werd er vaak 16 tot 18 uur per dag gewerkt. Ook ‘s-nachts werkte men bij het licht van fakkels aan de aanleg. Vandaar de naam “hellfire”. De Memorial is ter nagedachtenis van iedereen die de dood gevonden heeft door het werk aan de Birma-Thailand Railway tijdens WWII. De ‘memorial’ is erg mooi opgezet. De wandeling van 2.5 km over het pad waar vroeger de rails gelegd is en door Hellfire Pass, die door de gevangenen is uitgehakt, samen met de uitleg in het bijbehorende museum maakt het geheel erg indrukwekkend.

We besluiten niet meer door te rijden naar het volgende Nationaal Park Si Nakharin, maar terug te rijden naar het hotel om even te relaxen. Op de terugweg doen we nog een marktje aan waar allerlei lokale eetstalletjes staan bij Nationaal Park Sai Yok Noi. We kopen wat chips van gebakken banaan en een grote gepelde citrusvrucht die op een grapefruit lijkt, die we in de auto tijdens de terugrit heerlijk oppeuzelen …

‘s-Avonds besluiten we om toch nog even naar het dorp te rijden om daar te gaan eten. Gisteren hebben we al (vrijwel alleen) in het restaurant van het hotel gegeten en deze avond is er ook weer helemaal niets te doen. Dit blijkt niet de beste keuze … het eten op zich is niet eens zo slecht, maar wel overduidelijk bereid in erg veel vet, en het tentje zelf is toch echt wel om de kriebels van te krijgen. Hopelijk worden we er niet ziek van … duimen maar.

 

24 januari 2015