23 december 2012

We starten vroeg met een espresso en croissantje bij Costa, laten de benzine tank bijvullen en gaan op weg richting Nizwa. De benzine is in Oman super goedkoop, voor een liter betaal je 0,12 OMR dat is 0,25 EUR. Maar goed ook , want die grote 4×4 van ons houdt wel van een borreltje. Hij verbruikt ongeveer 1 op 10, maar rijdt erg prettig.

Al vrij snel laten we het vlakke landschap achter ons en vinden we onze weg door een fraai bergachtig landschap. Op weg naar passeren we veel dorpjes, los lopende geiten en een paar kamelen.

Onderweg stoppen we regelmatig voor een pauze/foto momentje en na ongeveer 100 kilometer bereiken we via Yanqul Ibri.

 

In Ibri gaan we op zoek naar het fort, de beschrijving gaf aan dat die erg mooi (restauratie recent afgerond) en toegankelijk te zijn.  We komen eerst uit bij een ander kasteeltje, maar na een flinke zoektocht komen we uiteindelijk toch uit bij het fort waar we naar op zoek waren. Het is even zoeken maar dan heb je ook wat…..

We worden netjes welkom geheten en mogen op ons gemak rondkijken. Dit is het eerste fort dat we van binnen kunnen bekijken. Dat doen we ook, maar we zoeken eerst naar toiletten omdat we ondertussen heel nodig moeten plassen. Gelukkig heeft het fort ook toiletten, pff dat lucht op.

De temperatuur is hier aanzienlijk hoger dan aan de kust, het is 33 graden en binnen de muren van het fort best heet. We wandelen op ons gemak rond. JW loopt nog omhoog bij een van de torens en houdt een praatje met een leuke man uit Oman die een Engelsman aan het rondleiden is, wat uiteindelijk mijn geduld wel heel erg op de proef stelde…… Als we weggaan krijgen we een tasje met allerlei toeristische informatie en komt de man waarmee JW had staan praten, met twee flesjes water en twee blikjes cola aan lopen. Dat was de Oman gastvrijheid en bedoeld als verkoeling voor onderweg.

Vlak voor Nizwa stoppen we bij de Falaj, Daris dat is een lemen water kanaal dat wordt gebruikt voor de irrigatie van plantages. Het ligt in een park waar het door de bevolking ook wordt gebruikt ter verkoeling.  Het park ziet er keurig uit. De volledige route door de bergen is voorzien van elektriciteit, de weg tot aan Ibri is super netjes aangelegd en er zijn overal watervoorzieningen voor de dorpjes. De laatste 120 kilometer naar Nizwa werd weer druk aan de weg gewerkt.

In Nizwa is het nog volledig uitgestorven, rond 16.00 uur gaat alles weer open vertelt een praatgrage man ons. Als we nog meer advies willen dan zijn we welkom.

We checken in bij het Golden Tulip Hotel Nizwa, geen super hotel maar keurig netjes met een ruime kamer. We weten dat we deze reis niet meer zo’n mooi onderkomen zullen krijgen, als in Musannah.

Het hotel ligt 18 kilometer buiten Nizwa. We rijden terug naar Nizwa om het fort en de vele Souks te bezoeken. Het is bijna donker en de bevolking komt weer tot leven. De Souks zijn erg  leuk om te zien, het drukst is het bij de vis Souk waar verse vis wordt verhandeld.

Er zijn maar weinig restaurantjes, langs de parkeerplaats staan inmiddels weer allerlei kraampjes met voedsel. We belandden in een super ongezellig maar grappig Indian restaurantje. De man is zo aardig, dat we de gok maar nemen. De kruidige smaak is heerlijk, maar het vlees eigenlijk waardeloos.  We eten het brood/platte pannenkoek op met de saus en de salade. Uiteindelijk overtuigen we de man dat het echt te veel was……., betalen 2 OMR (4 euro) en storten ons in het inmiddels drukke verkeer van Nizwa. Via de Souks wandelen we terug naar de auto en rijden heel eenvoudig weer terug naar het hotel. Het grootste deel van de route is verlicht door lantaren palen.

We sluiten onze dag af met een slechte espresso in het hotel en zoeken onze kamer op om lekker uit te rusten.